|
Schietafstanden Bij het outdoor doelschieten wordt er alleen gebruik gemaakt van bekende afstanden. nl. 90/70, 70/60, 50 en 30 meter. Hierbij zijn de 70 en 90 meter verder dan de maximale afstand bij veldschieten. De veldschutter schiet op zowel bekende als onbekende afstanden. Deze liggen tussen de 5 en 60 meter. De schutter zal hierdoor veel moeten trainen op diverse afstanden en ook zal hij/zij moeten trainen op het leren schatten van diverse afstanden.  Doelschieten |  Veldschieten |
Schietposities Bij het doelschieten wordt er geschoten op een vlak terrein en de schietpositie blijft vrijwel gelijk gedurende de gehele wedstrijd. Bij het veldschieten, schiet men naar boven en naar beneden met verschillende schietafstanden. De schietpositie is vanaf een heuvel of een berg. Veldschutters zullen om deze reden dus op verschillende schietposities moeten trainen.  Doelschieten |  Veldschieten |
Pijlvlucht Voor het doelschieten is de pijlvlucht op een gegeven afstand altijd gelijk en wordt deze alleen beïnvloed door het weer (regen en wind). Bij het veldschieten zal de pijlvlucht op een gegeven afstand verschillend zijn. Dit komt o.a. door de hoek van het schot. Een veldschutter moet door ervaring precies weten hoeveel meter er van de afstand afgehaald of bijgeteld moet worden, om de invloed van de aantrekkingskracht van de aarde op de pijlvlucht te compenseren.  Doelschieten |  Veldschieten |
Competitie spanning Doelschieten wordt ten alle tijden dichtbij de deelnemers en toeschouwersgeschoten. Hierbij kan de directe uitslagverwerking de spanning opvoeren. Veldschutters schieten in groepen geïsoleerd van hun directe tegenstanders. De veldschutter heeft de tedens om minder spanning te hebben tijdens de wedstrijd, uitgezonderd gedurende de finale rondes.  Doelschieten |  Veldschieten |
Licht- en windcondities Tijdens het doelschieten zijn de licht- en windcondities meer stabiel of veranderen geleidelijk gedurende het toernooi. Bij veldschieten daaraantegen, veranderen de licht en wind condities van doel tot doel. Door het variërende terrein zijn constante windcondities zeldzaam. De veldschutter zal moeten trainen in verschillende condities, zowel weer als terrein, om te weten te komen wat voor invloed het heeft op zijn/haar richten en schieten.  Doelschieten |  Veldschieten |
Planning De doelschutter heeft al zijn/haar spullen binnen handbereik. De veldschutter zal wat hij/zij denkt aan materiaal nodig te hebben, zelf mee moeten dragen. De veldschutter zal uit moeten proberen en plannen wat hij/zij meeneemt m.b.t. kleding/schoeisel/voeding/drinken/reserve materialen etc. om voorbereid te zijn op het"onverwachte".  Doelschieten |  Veldschieten |
|